Nieuws
"Nos oignons": leven in de velden
16 feb
“Niet doen alsof.” Dat was en is nog steeds de kern van wat ‘Nos Oignons’ doet, een organisatie die voorop loopt in de sociale landbouw in Franstalig België. Het project was eerst bedoeld voor cliënten van een dagcentrum voor geestelijke gezondheidszorg, maar heeft geleidelijk aan zijn kring van begunstigden verbreed zonder ooit af te wijken van het uitgangsprincipe. “De bedoeling is niet om aan therapeutische landbouw te doen, maar om echt vrij en actief bij te dragen aan een echte productie door samen te werken met mensen voor wie dit hun beroep is.” Dat zegt Aurélie Claeys Bouuaert, veldreferente van ‘Nos Oignons’ bij Courtileke in Haren, waar we haar hebben ontmoet.
Vertel ons eens hoe dit project tot stand is gekomen…
Dat was in 2012, in Club Antonin Artaud1, een dagcentrum voor geestelijke gezondheidszorg dat zich sterk richt op ‘niet doen alsof’. Het concept van kunsttherapie is bijvoorbeeld een probleem, omdat we het idee van kunst maken als behandeling afwijzen. Wij maken kunst, punt. Toevallig doen we dat met mensen die een psychische of andere aandoening hebben, maar dat maakt geen deel uit van een therapeutische aanpak. Het is en blijft een artistieke praktijk en niets anders.
De lokalen van de Club lagen in het centrum van Brussel en het team wilde de gebruikers de kans geven om even uit die stedelijke omgeving te komen, frisse lucht in te ademen, (weer) in contact te komen met de natuur, niet door in enkele bakken in de stad te kweken, maar door echt bij te dragen aan de landbouwproductie. Samuel Hubaux, die later ‘Nos Oignons’ zou oprichten, werkte als sociaal referent bij Antonin Artaud. Hij besprak dit idee met een vriend die groenteteler was en die zei: “Ik ben geïnteresseerd. Als je wilt, kunnen jullie bij mij terecht. Jullie komen één keer per week om me een handje te helpen…”
Zo is het allemaal begonnen, met een dynamiek van wederzijdse hulp waarbij we arbeidskrachten inzetten en gebruikmaken van de kennis, ervaring en middelen van mensen die dagelijks op het land werken. Elke donderdag vertrok er een busje van de Club naar de boerderij. De afspraak stond vast en iedereen was vrij om al dan niet mee te gaan.
Was dit toen een van de vele activiteiten die aan de gebruikers van de Club werden aangeboden?
Ja. Iedereen die wilde, kon meedoen. Ook vandaag nog is deelname vrijwillig. Het is belangrijk om dit te benadrukken: dit werkt alleen als iedereen volledig vrij is om te komen en gaan wanneer hij of zij dat wil. ‘Kunnen’ is niet hetzelfde als ‘moeten’, anders is er sprake van uitbuiting…
Het is onze taak om de voorwaarden te bepalen voor dit ‘kunnen deelnemen’, want er zijn veel hindernissen opgeworpen, precies om uitbuiting van goedkope arbeidskrachten te voorkomen.
Het is een hele uitdaging: hoe kunnen we, in een context van vrijheid, bijdragen aan een collectieve productie zonder elkaar uit te buiten?
Is het project ontstaan vanuit de ervaring van de Club Antonin Artaud?
Precies. ‘Nos Oignons’ is opgericht en er zijn verschillende samenwerkingen opgezet met Waalse boeren
En in Brussel?
We kregen reacties van enkele initiatiefnemers van stadsboerderijen die zeiden: “We worden overspoeld door mensen en instellingen die behoefte hebben aan natuur en ons willen komen helpen. Maar dat is alsof je een bakker vraagt of je in zijn bakkerij aan de slag mag gaan en deeg begint te kneden. Dat is niet werkbaar. Ja, er is werk, maar we kunnen niet elke dag aanwezig zijn om mensen te ontvangen, hen ons vak uit te leggen, hen taken toe te wijzen, te controleren wat ze doen…” Dat was duidelijk een oproep om iets op te zetten waardoor ze ‘ja’ konden zeggen zonder te bezwijken onder de extra werkdruk die dat met zich mee zou brengen.
Tegelijkertijd was er vanuit de welzijns- en gezondheidsorganisaties een vraag om bruggen te slaan naar plaatsen en activiteiten buiten de gespecialiseerde zorg.
We wisten ook dat uit studies bleek dat het voor Brusselse microstructuren in de groenteteelt bijna onmogelijk was om alleen op hun eigen productiecapaciteit te steunen. Ze waren bijna structureel afhankelijk van vrijwilligerswerk en hadden behoefte aan steun van een grotere gemeenschap. Groenteteelt is het ondergeschoven kindje van de landbouw, omdat het veel zorg en dus tijd vraagt.
Daarom zijn we in 2019 een participatief actieonderzoek gestart dat ‘Nos Oignons’, twee potentiële landbouwpartners en ‘La trace’, een vereniging die begeleiding via natuursport en avontuur biedt, samenbracht. Het doel: bepalen wat er moest gebeuren om de ontmoeting tussen landbouwers en doelgroep in evenwicht te brengen.
En? Wat heeft dit werk opgeleverd?
In eerste instantie hebben we de doelgroep bepaald die we wilden aanspreken. We zijn het eens geworden over de volgende definitie: “Iedereen die met zijn handen in de aarde wil werken, frisse lucht wil inademen en zich goed wil voelen, met voorrang voor mensen die gebruikmaken van een dienst voor geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg of sociale hulp”. Het eerste deel verwijst naar wat ons motiveert, maar als we het daarbij hadden gelaten, liepen we het risico om in de valkuil van validisme te trappen, door te suggereren dat je in topconditie moest zijn om mee te doen en een handje te helpen. Dat was echter precies het tegenovergestelde van wat we wilden uitdragen. Vandaar de verduidelijking over “voorrang voor mensen die gebruikmaken van een dienst voor geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg of sociale hulp”. We wilden dat deze kwetsbare groep zich welkom voelde, dat ze wisten dat we er in de eerste plaats voor hen waren: “op de plek waar je bent met je fragiliteit, misschien zelfs je kwetsbaarheid, heb je voorrang…”
Toen kwam er een punt naar voren dat we niet hadden verwacht, waarschijnlijk omdat er twee landbouwpartners bij het proces betrokken zijn: de vergoeding voor de partnerorganisaties, de landbouwers bij wie de activiteiten plaatsvinden. Het ging om een vastgelegde afspraak waarbij de maatschappelijk werker aanwezig moet zijn en daarvoor wordt betaald. Waarom zou dat dan anders zijn voor de landbouwpartners? Ook zij moeten op de afgesproken dag en tijd aanwezig zijn. Bovendien zorgen zij voor een warm welkom, delen zij hun kennis en geven die door. Er is dus besloten om de gastlandbouwer 330 euro per activiteitsdag te betalen, wat het de vereniging zou kosten als hij in loondienst was.
Dit is een maatregel die specifiek is voor Brussel en die moet worden besproken en geharmoniseerd voor Waalse partnerschappen.
Bij Antonin Artaud waren alle gebruikers welkom, die ervoor kozen om al dan niet deel te nemen. Hoe is de groep deelnemers hier samengesteld, volgens welke voorwaarden enz.?
Ik verwijs naar de definitie die ik eerder heb genoemd: “iedereen die met zijn handen in de aarde wil werken enz.” kan komen. In werkelijkheid komt iedereen die dat wil, er is geen selectie of inschrijving. We werken met een permanentie met een impliciete boodschap: we zijn er elke vrijdag van 9.00 tot 16.00/16.30 uur en je bent welkom, of je nu fit bent of niet. We vragen je om je in te schrijven voor deze dag zoals je wilt, voor een paar uur of gewoon om even hallo te zeggen. Het is een tijdsruimte waar je over kunt beschikken zoals je zelf wilt. Soms beginnen we de dag met 2 of 3 mensen; soms zijn er 15. Het hoort bij het werk om met deze extreme onvoorspelbaarheid om te gaan en voortdurend te improviseren. En voorlopig werkt dat!
De mensen die aanwezig zijn, zijn er omdat ze dat echt willen, om de een of andere reden; de een voelt zich niet lekker en wil praten, de ander is in topvorm en wil zich uitleven… Wat hun motivatie ook is, ze hebben allemaal gekozen om er te zijn en weten dat ze op elk moment kunnen vertrekken. Daarom spreken we van ‘vrijwilligers’ en niet van ‘deelnemers’, om de actieve dimensie van hun aanwezigheid te erkennen. Ze hebben ook het statuut van vrijwilliger, waardoor ze zijn verzekerd en een vergoeding van 15 euro ontvangen, die soms niet onbelangrijk is.
Kan je een typisch profiel van deze vrijwilligers schetsen?
Het is heel divers op alle niveaus: gender, leeftijd enz. En het verandert ook snel: soms zijn er veel meer vrouwen en de volgende keer zijn er bijna alleen maar mannen…
Sommigen komen regelmatig, soms al jaren. Voor hen brengt het structuur aan in hun tijdsbesteding. Dat geldt vooral voor jong gepensioneerden die het gevoel hebben dat ze in een werkomgeving blijven.
Aan de andere kant zijn er mensen die we twee of drie keer zien en dan verdwijnen… Tussen deze uitersten zitten mensen die aanwezig zijn naargelang van de eisen van een job in loondienst, hun gezondheidstoestand, hun stemming of zelfs het weer.
We verwelkomen heel wat migranten. Het feit dat we ons werk op de landbouw baseren, raakt iets gevoeligs in hen; velen kunnen er jeugdherinneringen aan koppelen. Ze komen naar ons toe op zoek naar de ervaring van een smaak, een aroma.
En hun motivatie?
Mensen komen hier met hun verhaal, dat ze al dan niet willen delen. Ik vraag niets, maar ik zeg waar ik beschikbaar ben om te luisteren maar niet om zorg te verlenen, dus ik ga nooit vragen stellen over de achtergrond van de vrijwilligers. Met die houding laten we veel los en zien we minder snel de impact van ons werk, maar het is een bewuste en vrijwillige keuze.
Door aan te sluiten bij het ‘Groene zorg’-programma wijken we enigszins af van deze regel omdat we weten waarom de vrijwilliger zich bij ons heeft aangesloten, maar dit is en moet een uitzondering blijven. In de welzijns- en gezondheidssector zijn er genoeg organisaties die zorg verlenen en willen weten waar iemand staat enz.
Om de vraag te beantwoorden – of liever gezegd, niet te beantwoorden – zou ik zeggen dat het onmogelijk is om te veralgemenen wat iedereen probeert in stand te houden te houden door aan onze activiteiten deel te nemen.
Hoe komen die vrijwilligers bij jullie terecht? Hoe maken jullie jezelf bekend?
We sturen elk jaar een e-mail naar de welzijns- en gezondheidsinstellingen waarin we ons voorstellen. We organiseren om de zes weken een opendeurdag waar ze kennis kunnen maken met ons werk. Zij kunnen hun gebruikers dan naar ons doorverwijzen.
Het ‘Groene zorg’-programma waaraan we deelnemen, heeft veel gedaan om verwijzers bewust te maken.
Ten slotte is er nog mond-tot-mondreclame, zowel tussen de deelnemers als tussen de organisaties.
Hoe werken jullie financieel?
We proberen het op allerlei manieren… We hechten veel waarde aan de intersectorale aard van onze activiteit en worden daardoor vaak verkeerd begrepen en slecht ontvangen. Afhankelijk van hoe men naar ons kijkt, vinden ze ons te veel dit of niet genoeg dat…
We krijgen overheidssteun in het Brussels Gewest (financiering van de Cocof voor gezondheidsbevordering en sociale zaken en gezondheid) en in Wallonië (via het AVIQ – Agence pour une Vie de Qualité – en de Overheidsdiensten Sociale zaken en Duurzame ontwikkeling) We hebben een aanvraag ingediend bij Landbouw, maar wachten nog op een antwoord. Voor de rest krijgen we steun van een paar stichtingen. Het budget is krap en dit jaar moesten we de werktijden inkorten… Maar toch doen we al 13 jaar wat we belangrijk vinden en wat ons na aan het hart ligt.
Weetje: Nos oignons is ook aanwezig in zorgzone Centrum-West, met een soortgelijk project in ‘Champ du chaudron’ in Anderlecht. Als je meer wilt weten over die vereniging en haar activiteiten, kom dan van 18 tot 22 mei naar Patch’Work, de opendeurweek van zorgzone Centrum-West waar je de vereniging van binnenuit kunt ontdekken.
Zorg voor de aarde en de mensen
“We brengen landbouwers en mensen met allerlei achtergronden bij elkaar (vooral mensen die door hun levensloop een beroep doen op welzijns- en gezondheidsinstellingen). Onze missie is om verbinding en solidariteit tot stand te brengen rond landbouwproductie, te zorgen voor de gezondheid van mensen en andere levensvormen, de kleinschalige landbouw concreet te ondersteunen, toegang tot kwaliteitsvoeding voor iedereen in stand te houden en te bouwen aan een samenleving waarin iedereen zijn plaats vindt.”
“Om onze acties te sturen, baseren we ons op de volgende uitgangspunten: de uitdagingen op het gebied van landbouw, voeding, welzijn en gezondheid met elkaar verbinden, ruimtes opzetten waar we samen kunnen handelen, leren en beslissen. We stimuleren de diversiteit van onze doelgroep en onze landbouwpartners en werken actief aan inclusie en het wegnemen van stigma’s.”
“Sociale landbouw is een praktijk, maar ook een maatschappelijk project. Nos Oignons doet aan sociale landbouw door ruimtes en momenten te creëren die voor iedereen openstaan en waar iedereen vrij en begeleid kan meedoen aan landbouwactiviteiten, en daarvoor een kleine vergoeding ontvangt. Ons streven is om bij te dragen aan een economisch weefsel dat zin, zorg en sociale verbondenheid biedt, met name op boerderijen: landbouw socialiseren betekent dat we samen proberen om landbouw niet alleen in een handelslogica te zien, maar benaderen als een gemeenschappelijk goed. We promoten een landbouw die de gemeenschap ondersteunt en door haar wordt ondersteund.”
Uittreksel uit het Rapport d’activités 2024 van Nos Oignons.